terug

Status:
Afgerond

Projectleider:
Prof. dr. S. Klosse
Universiteit Maastricht

Begindatum:
Oktober 2013

Bijlage:

Samenvatting


CAO en schadecompensatie bij beroepsrisico’s

Als lid van een internationale gemeenschap is Nederland gehouden zijn internationale verplichtingen na te komen. Dit geldt ook voor de verplichtingen, opgenomen in Verdrag 121 van de ILO. Dit verdrag vereist (onder andere) een hoge inkomensdekking in de sociale zekerheid voor schade die is veroorzaakt door een beroepsrisico. In het Nederlandse socialezekerheidssysteem wordt, sinds de invoering van de WAO, geen onderscheid meer gemaakt in dekking tussen sociale- en beroepsrisico’s (risque professionnel en risque social). Lange tijd was dit geen probleem omdat de uitkeringen bij ons relatief hoog waren. Met de komst van de Wet WIA is dit veranderd. Door de inrichting van die wet is het bijvoorbeeld bepaald niet uitgesloten dat gedeeltelijk arbeidsongeschikten die geen werk kunnen vinden, moeten leven van een uitkering die onder het bestaansminimum ligt, ook als de arbeidsongeschiktheid is ontstaan door een beroepsrisico. De Wet WIA strookt op dit punt niet met de ILO-normen. Bij de invoering van de Wet WIA is overwogen om dit probleem te ondervangen door invoering van een Extra Garantieregeling voor Beroepsrisico’s (EGB); een verplichte beroepsrisicoverzekering naar Belgische voorbeeld. Op advies van de SER heeft de regering hier echter van afgezien. Sociale partners hebben toen de handschoen opgepakt. Als gevolg hiervan kennen verschillende cao’s inmiddels reparatiebepalingen die de WIA-uitkeringen aanvullen. De vraag is echter of dit voldoende is om problemen van ondercompensatie op te vangen.

In dit onderzoek worden bestaande cao-afspraken nader bestudeerd om zicht te krijgen op aard en omvang van het probleem van ondercompensatie en op de vraag in hoeverre cao’s dat probleem kunnen opvangen. Ook andere oplossingsrichtingen worden bestudeerd om de eventuele meerwaarde daarvan ten opzichte van de cao-oplossing te kunnen vaststellen. De aandacht richt zich daarbij niet alleen op invoering van een verplichte beroepsrisicoverzekering (EGB). Ook andere oplossingsrichtingen zullen worden onderzocht, zoals de introductie van een verplichte verzekering voor schade die niet door de sociale verzekeringen wordt gedekt en de verdere aanscherping van de re-integratieverplichtingen van de werkgever ten opzichte van werknemers die arbeidsongeschikt raken ten gevolge van beroepsrisico’s. De verschillende mogelijkheden worden in nauw overleg met de sociale partners nader uitgewerkt en op hun haalbaarheid getoetst. Ook de expertise van buitenlandse deskundigen op dit gebied wordt in de analyse betrokken: hoe functioneren de gekozen oplossingen daar en welke lering kan Nederland hieruit trekken? De verschillende oplossingsrichtingen worden verder aan een rechtseconomische verkenning onderworpen, zodat niet alleen juridische, maar ook economische aspecten in de analyse worden meegenomen.