terug

Status:
Afgerond

Projectleider:
Prof. dr. R. van der Veen
Erasmus Universiteit Rotterdam


Cao’s en sociale zekerheid in vergelijkend perspectief

Verzorgingsstaten bieden bescherming tegen sociale risico’s als werkloosheid, ouderdom, ziekte of onwetendheid. Een gebrek aan bescherming tegen deze risico’s kan leiden tot een toename in ongelijkheid en armoede. Vanaf de jaren tachtig is sprake van veranderingen inzake het beleid rond de verzorgingsstaat. Dit hangt samen met toenemende fiscale en monetaire problemen en met veranderende sociale risico’s. Uit de literatuur blijkt dat terugtreding van de overheid heeft geleid tot een teruggang in de collectieve bescherming tegen sociale risico’s. Echter, niet alleen de staat biedt collectieve verzekeringen tegen sociale risico’s, ook collectieve arbeidsovereenkomsten kunnen burgers hiertegen beschermen.

Dit onderzoek richt zich op de wisselwerking tussen ontwikkelingen in het beleid rond de verzorgingsstaat en ontwikkelingen in cao’s. Onderwerp van deze studie is na te gaan in hoeverre deze bescherming varieert naar type verzorgingsstaat en naar type risico en of die bescherming mede afhankelijk is van ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Nederland wordt vergeleken met Duitsland, Zweden en Australië; landen die elk een ander type verzorgingsstaat kennen. Ontwikkelingen in de bescherming tegen oude en nieuwe sociale risico’s zullen in deze verschillende typen verzorgingsstaten in kaart worden gebracht. Zowel het beleid rond de verzorgingsstaat als het arbeidsvoorwaardenoverleg worden hierbij betrokken.
De verwachting is dat de mate waarin en de wijze waarop het terugtredend overheidsbeleid op dit terrein wordt gecompenseerd in cao’s afhankelijk is van de morele economie van een land. De gedachte van een morele economie is gebaseerd op het idee van een moreel contract tussen een overheid en haar burgers dat zijn weerslag vindt in de institutionele structuur van (onder andere) een sociaal zekerheidstelsel. Dit contract is gebaseerd op een diepgewortelde maatschappelijke consensus over sociale rechten en plichten. Met deze theorie kunnen ook de verschillen tussen landen verklaard worden. Dit zou kunnen betekenen dat verschillen in de wisselwerking tussen cao’s en sociale zekerheid in de bij dit onderzoek betrokken landen ontstaan door verschillen in de morele economie tussen deze landen. De duur van de studie bedraagt 18 maanden.