terug

Status:
Lopend

Projectleider:
Prof. dr. K. Henkens
Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (KNAW/NIDI)

Begindatum:
November 2017

Flexibilisering van de AOW-leeftijd?

De verhoging van de AOW-leeftijd leidt tot een maatschappelijk debat over de vraag of deze verhoging rechtvaardig is, vooral voor groepen die moeite hebben om tot op hoge leeftijd door te werken. Het flexibel maken van de AOW-leeftijd wordt als een mogelijkheid gezien om de gevolgen van de verhoging van de AOW-leeftijd te verzachten. Sommigen zien dit zelfs als mogelijkheid om de AOW-leeftijd van 65 jaar weer binnen het bereik van burgers te brengen. Maar hoe realistisch zijn die plannen voor een dergelijke flexibele AOW-leeftijd? En voegt die optie niet nog meer complexiteit toe aan het Nederlandse pensioensysteem, waarbinnen het aanvullend pensioen ook elementen van flexibiliteit kent? Het is een debat dat op het oog simpel lijkt, maar zodra concreet wordt nagedacht over deze mogelijkheid raakt men verwikkeld in een labyrint aan mogelijkheden en onmogelijkheden. Voorstanders wijzen op het broodnodige maatwerk, omdat sommige mensen 40 of meer dienstjaren hebben én in zware beroepen werkzaam zijn, waardoor men verlangt naar (vervroegd) pensioen. Tegenstanders beroepen zich op het argument dat een flexibele AOW-leeftijd het pensioensysteem nodeloos complex maakt, uitsluitend hoogopgeleiden of vermogenden een echte keuze biedt en dat deze optie hogere AOW-uitgaven met zich meebrengt. Iedere serieuze bespiegeling over het flexibiliseren van de AOW-leeftijd zal daarom een afweging moeten maken in de mate van keuzevrijheid versus de uitvoerbaarheid van een dergelijke vrijheid.

Om de kosten en baten in de meest brede zin van het woord aan bod te laten komen wordt in dit project – een samenwerking tussen onderzoekers van het Centraal Plan Bureau en het NIDI – onderzocht hoe mensen reageren op mogelijke vormen van een flexibele AOW-leeftijd. Daarbij wordt er vooral op gelet voor wie een flexibele AOW-leeftijd aanleiding is tot langer doorwerken en voor wie het reden is tot vervroegd uittreden. En hoe rechtvaardig vinden jong en oud, hoog- en laagopgeleiden dergelijke AOW-opties en de effecten daarvan? Deze informatie is vooral van belang om een inschatting te kunnen maken wat voor effecten dit op de arbeidsmarkt zal hebben, maar ook met betrekking tot de lange-termijn-houdbaarheid van de AOW. Om een en ander in kaart te brengen worden er vooruitberekeningen gemaakt waarbij speciale aandacht geschonken zal worden aan de verschillen in levensverwachting tussen mannen en vrouwen en naar de sociaaleconomische status van werkenden. Binnen het bestaande AOW-stelsel is de AOW-leeftijd direct gekoppeld aan de gemiddelde levensverwachting. Deze eenvoudige beleidsregel kan de houdbaarheid van het AOW-stelsel onder druk zetten als de verschillen in levensverwachting toenemen. Het is daarom van het allergrootste belang een concreet antwoord te vinden op de vraag of een flexibele AOW-leeftijd een goede aanvulling biedt op het bestaande AOW-stelsel.