terug

Status:
Afgerond

Projectleider:
Prof. dr. A. de Grip
Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA), Universiteit van Maastricht


Bijlage:

Samenvatting


Leven lang leren en arbeidsparticipatie

Om het arbeidsaanbod op peil te houden proberen de overheid en sociale partners initiatieven te ontwikkelen om oudere arbeidskrachten langer aan het werk te houden. Het beleid richt zich tot op heden voornamelijk op het versoberen van prepensioensregelingen (afschaffen VUT, FPU, e.d.) en het naar achteren schuiven van de leeftijd waarop iemand AOW gerechtigd is. Al deze maatregelen zijn gericht op het vergroten van de financiële noodzaak om langer door te werken. Ouderen zullen zich echter alleen langer op de arbeidsmarkt kunnen handhaven als hun productiviteit op peil blijft.

Dit roept de vraag op in hoeverre oudere werknemers door de genomen maatregelen ook gemotiveerd worden om hun inzetbaarheid op peil te houden en meer zijn gaan participeren in cursussen en trainingen. Daarbij kan de werkgever vanzelfsprekend ook een belangrijke rol spelen door het voeren van wat wel wordt aangeduid als een Active Ageing beleid. Maar hoe staat het met de inspanningen van de werkgevers om het leven lang leren (LLL) van hun personeel te stimuleren? En draagt dit LLL op zijn beurt weer bij aan het naar achteren schuiven van de pensioneringsleeftijd? En kan dit LLL de mogelijk negatieve effecten van de versoberde pensioenrechten op de werkmotivatie en productiviteit van oudere werknemers compenseren?

Om deze vragen te beantwoorden zal in dit project gebruik worden gemaakt van een zogenaamd ‘natuurlijk experiment’. Dit natuurlijk experiment heeft betrekking op de op 1 januari 2006 afgeschafte prepensioenregeling (FPU) voor de overheids- en onderwijssector. Dit heeft geleid tot een substantiële vermindering van de pensioenrechten voor de werknemers die geboren zijn na 1949, terwijl degenen die geboren zijn voor 1950 nog steeds met FPU kunnen. Door de schok die de afschaffing van de FPU-regeling teweeg brengt en de strakke leeftijdsgrens die daarbij wordt gehanteerd is het mogelijk om onderzoek te doen naar het causale effect van financiële prikkels op de participatie in LLL en de inzetbaarheid en werkmotivatie van oudere werknemers.

In samenwerking met het ABP is het ROA in 2007 een uniek onderzoekspanel gestart. Dit panel heeft betrekking op 7.000 voltijds werkende mannen in de sector overheid en onderwijs die geboren zijn in 1949 (de ‘controle’ groep) of 1950 (de ‘treatment’ groep). Het voordeel van deze exact op het natuurlijk experiment gefocuste steekproeftrekking is dat de groep werknemers zeer homogeen is. Omdat het leeftijdsverschil en de verschillen in persoonlijke kenmerken tussen de twee groepen minimaal zijn, zullen afwijkingen in de trainingsparticipatie en de werkmotivatie uitsluitend kunnen worden verklaard door de verschillen in pensioenrechten.

In dit project zullen wij gebruik maken van drie vervolgmetingen in de periode 2010-2012, waarbij de aandacht zal uitgaan naar het effect van de pensioenversobering op LLL naarmate de feitelijke pensionering dichterbij komt en de effecten daarvan op de cognitieve ontwikkeling. Naast de jaarlijkse monitoring van de deelname aan cursussen en trainingen zal de enquête in 2012 het bovendien mogelijk maken om een goed beeld te krijgen van de mate waarin de in 1950 geboren werknemers zich blijven vasthouden aan de pensioneringsleeftijd van 62 jaar die men aanvankelijk voor ogen had en in hoeverre dit samenhangt met hun participatie in LLL in de laatste jaren van hun arbeidsloopbaan.