terug

Status:
Afgerond

Projectleider:
Prof. dr. B. Cantillon
Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck, Universiteit van Antwerpen


Om de balans in de nieuwe welvaartstaat

Dit programma gaat over de beleidsontwikkelingen in een vijftal kleine welvaartsstaten uit de kopgroep van rijke, open economieën uit de Europese Unie gedurende de voorbije decennia en over de gevolgen daarvan op het vlak van sociale ongelijkheid. Door middel van dit Europees vergelijkend onderzoek wordt een bijdrage geleverd aan een beter begrip van de inhoud, het waarom en de uitkomsten van nieuwe welvaartsstaten.

Ten eerste zullen de recente beleidsontwikkelingen inzake nieuwe en oude sociale risico’s vergelijkend in kaart worden gebracht. Daarbij worden vier grote nieuwe sociale risico’s centraal gesteld, namelijk de combinatie arbeid en gezin, het één-ouderschap, de hulpbehoevendheid en de laaggeschooldheid.

Ten tweede zal worden nagegaan of dit type ‘nieuwe welvaartsstaatbeleid’ een bijdrage heeft geleverd aan de vooruitgang op het vlak van armoede en ongelijkheid en waarom het ene land op dit vlak mogelijk succesvoller is geweest dan het andere. Het antwoord op deze vraag zal aanbevelingen genereren voor toekomstig beleid.

De landen die in de studie worden meegenomen worden beperkt tot Nederland, België, Finland, Zweden en Ierland. Daarmee vergelijken we de rijke, sterk ontwikkelde welvaartsstaten met zeer open economieën in Europa met historisch sterk verschillende institutionele ‘architecturen’ van de corporatistische en marktgeoriënteerde types. De afgelopen periode van twintig jaar zal worden betrokken in de analyse, te beginnen vanaf de tweede helft van de tachtiger jaren van de vorige eeuw.

De beleidsrelevantie van het onderzoeksprogramma is gelegen in de vergelijkende empirische analyse van het beleid gericht op nieuwe en oude sociale risico’s. Gaat sociaal investeringsbeleid ten koste van traditionele inkomenscompensatie of is sociaal investeringsbeleid een voorwaarde voor effectieve inkomensbescherming? Onder welke institutionele condities is er sprake van een goede aansluiting tussen nieuw en oud sociaal risicobeleid? Zeker in het licht van de huidige crisis zijn deze vragen uitermate relevant. Sociaal investeringsbeleid is relatief duur. Er lijkt zich een zekere herwaardering van de functie van herverdeling af te tekenen, ook als potentiële groeifactor. De achterbannen van een aantal vakbonden en politieke partijen lijken zich in toenemende mate te verzetten tegen bijvoorbeeld een verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd, die mogelijk nodig is om te kunnen investeren in jongeren om weer op termijn, in meer productieve zin, de pensioenen veilig te stellen. Anderzijds is de verwachting dat na de crisis de internationale concurrentie eerder toe dan af zal nemen, en dat betekent voor vergrijzende Europese verzorgingsstaten een noodzaak om de scholingsgraad van hun stelsels flink op te schroeven.