terug

Status:
Lopend

Projectleider:
dr. A. Heyma
SEO Economisch onderzoek, Universiteit van Amsterdam

Begindatum:
September 2015

Verschuivingen op de Nederlandse arbeidsmarkt: dynamiek, concurrentie of verdringing?

Wanneer is er sprake van een ‘gezonde dynamiek’, wanneer van ongelijke concurrentie en wanneer van ‘verdringing’? De Nederlandse arbeidsmarkt is een dynamisch stelsel van vraag en aanbod. Als meer mensen willen werken, gaat dat niet noodzakelijk ten koste van de huidige werknemers. Dynamiek op de arbeidsmarkt komt voort uit concurrentie, zowel tussen werknemers als tussen bedrijven. Tijdens laagconjunctuur is die concurrentie vaak heviger dan tijdens economische groei. In theorie zorgt concurrentie (op langere termijn) voor een efficiënte allocatie van werknemers over banen. Dat betekent niet dat dergelijke dynamiek geen verliezers kent. Bij ongelijke concurrentie kunnen bepaalde groepen structureel worden benadeeld. Wanneer ongelijke concurrentie zichtbaar en oorzakelijk leidt tot baanverlies van de een ten gunste van de ander, kan worden gesproken van verdringing. In de praktijk is ongelijke concurrentie vaak een gevolg van structurele kostenverschillen. Behalve uit schijnconstructies en niet-naleving van cao’s kunnen deze ook voortvloeien uit regelgeving of bepaalde verboden of geboden.

In dit onderzoek wordt antwoord gegeven op de vraag wat verdringing op de arbeidsmarkt betekent, hoe vaak en in welke segmenten van de arbeidsmarkt het zich voordoet, wat de gevolgen zijn voor individuen op de arbeidsmarkt en voor de maatschappij als geheel, en op welke wijze de onwenselijke gevolgen van verdringing kunnen worden tegengegaan. Dat gebeurt door een combinatie van literatuuronderzoek, een statistische analyse van CBS microdata over alle werkenden en werkzoekenden op de Nederlandse arbeidsmarkt in de afgelopen tien jaar, en casusonderzoek binnen tien groepen waar sprake zou kunnen zijn van potentiële verdringing: arbeidsmigranten, de doelgroep van de Participatiewet, bijstandsgerechtigden die een ‘tegenprestatie’ verrichten, werknemers in het kader van social return, vrijwilligerswerk en mantelzorg, stages na afronding van een studie, werkloze ouderen onder de AOW-leeftijd waarbij een premiekorting geldt voor de werkgever, werkende ouderen boven de AOW-leeftijd, robotisering en hoog- versus laagopgeleiden.

Of sprake is van een oorzakelijk verband tussen verschuivingen op de arbeidsmarkt en ongelijke concurrentie, kan niet worden beantwoord op basis van kwantitatieve analyses alleen. Ook kwalitatieve analyses (literatuur- en casusonderzoek) zijn nodig om de plausibiliteit en consequenties van ‘verdringing’ te achterhalen. Daarom worden de onderscheiden groepen nader onderzocht aan de hand van casusonderzoek, waar kwalitatief onderzoek inzicht moet geven in de mechanismen achter de gevonden concurrentie en verdringing. Het casusonderzoek bestaat uit verdiepend dossieronderzoek en interviews met betrokkenen.

De studie zal in februari 2017 worden afgerond.