Via straatvoetbal terug naar school

streetprotaartDe Straatvoetbal Bond Nederland vergroot de leefbaarheid van wijken door op Bevrijdingsdag toernooien te organiseren. In aanvulling hierop zorgt het project StreetPro voor structurele verbeteringen. Programmaleider Marieke van Meerten: ‘Om je op straat te kunnen redden, hebben jongeren veel vaardigheden nodig. Ons doel is dat jongeren deze kwaliteiten vaker voor zichzelf inzetten.’

Hoe is het project StreetPro ontstaan?

‘Wij organiseren ieder jaar op 5 mei straatvoetbaltoernooien in achterstandswijken. We doen dit samen met buurtbewoners en constateren dat dit leidt tot meer onderlinge communicatie, wederzijds begrip en sociale binding. De toernooien krijgen extra glans door de inzet van bekende Nederlanders als Edgar Davids, Humberto Tan en Barbara Barend. We hebben tijdens deze toernooien nog nooit problemen gehad, omdat we de overlast veroorzakende jongeren in de buurt vragen de beveiliging op zich te nemen. We komen dan jongens tegen die veel in hun mars hebben en bijvoorbeeld in een half uur tien vrijwilligers weten te regelen, maar die zijn uitgevallen op school. Zij komen dan na afloop naar ons toe met het verzoek of ze niet voor ons kunnen werken. Voor dit soort jongeren hebben we StreetPro opgezet.’

Wat bereiken jullie concreet met StreetPro?

‘Onze begeleiding is erop gericht dat jongeren van 16 tot 23 jaar hun talenten (her)ontdekken, zodat zij zich kunnen oriënteren op een passende beroepsopleiding en een startkwalificatie kunnen behalen. Ze volgen een vast programma met onder andere individuele gesprekken met coaches, dat wordt aangevuld met een keuzeprogramma bijvoorbeeld op het gebied van young leadership, het omgaan met geld of specifieke bijlessen. Instituut Gak verstrekt een subsidie voor de eerste honderd deelnemende jongeren die gedurende hun begeleidingstraject een betaalde stage of bijbaan hebben.’

Hoeveel jongeren zitten dankzij jullie weer op school?

‘Tot nu toe hebben we 37 jongeren teruggebracht naar het MBO. Daarnaast zijn er nog jongeren die op dit moment in het programma zitten, of voor wie de nieuwe opleiding nog niet is begonnen. Meer dan de cijfers spreekt wat de jongeren zelf tegen ons zeggen. “Toen ik hier kwam wist ik niet waar ik stond en wat ik wilde, maar nu heb ik weer een richting gevonden en weet ik wat ik wil.” Of ze zeggen dat ze het hier leuk vinden en leren doordenken.’’

Lukt het altijd?

‘We hebben twaalf uitvallers gehad. Voor een deel had dat te maken met overmacht. Vier jongeren moesten naar de gevangenis. Het zijn ook jongeren die al veel hebben meegemaakt. Hun vader is bijvoorbeeld vertrokken, hun moeder voortdurend lam en ze hebben zelf kinderen of gaan niet meer naar school, omdat ze thuis de zorg voor hun zusje op zich hebben genomen. Daarom is het zo mooi als je ziet dat deze jongeren elkaar kunnen stimuleren dankzij hun gemeenschappelijke doel. Toen een jongen niet kwam opdagen zijn we met zijn allen naar zijn huis gegaan en riepen de anderen dat hij het niet moest opgeven, dat ze hem misten en dat hij terug moest komen. Hij heeft gehoor gegeven aan die oproep. Hij had zelf niet door wat hij voor de anderen betekende.’

Tekst: Ad Bergsma