terug

Status:
Lopend

Projectleider:
Prof. dr. J.W. Duyvendak
AISSR, Universiteit van Amsterdam

Begindatum:
Januari 2014

Decentralisatie: de beloften van nabijheid: een kwalitatief onderzoek naar de decentralisatie van arbeidsre-integratie, jeugdzorg en langdurige zorg

Met ingang van 2015 krijgt een grote decentralisatieoperatie haar beslag, waarbij gemeenten eerstverantwoordelijke bestuurslaag worden op het terrein van (arbeids)participatie, langdurige zorg en jeugdzorg. Deze decentralisatie hangt samen met de herziening van de verzorgingsstaat die door de economische en financiële crises in een stroomversnelling is geraakt. Bezuinigingen zijn de aanjager van de ‘ombouw’ van de verzorgingsstaat, maar de argumentatie is ook inhoudelijk. Ten eerste zou de oude verzorgingsstaat mensen passief en claimend maken, in plaats van actief en verantwoordelijk. Ten tweede zou de kwaliteit van de dienstverlening gebrekkig zijn doordat teveel tijd opgaat aan registratie-eisen ten koste van daadwerkelijke hulp. Ook zou de dienstverlening te gespecialiseerd en versnipperd zijn, waardoor veel cliënten in een veelheid van los van elkaar opererende hulpverleners en instanties verloren raken.

De herziening van de verzorgingsstaat is gebaseerd op vier principes, waarbij het eerste principe maatgevend is voor de andere drie:

  • Nabijheid: hulp moet dichtbij de burger komen, aangestuurd door de lokale overheid die ‘dichterbij’ zou staan en met een grotere rol voor het eigen (meer nabije) sociale netwerk.
  • Zelfredzaamheid: burgers worden gestimuleerd om hun eigen problemen op te lossen, zo nodig met een beroep op hun sociale netwerk.
  • Wederkerigheid: wie hulp ontvangt, moet ook iets terugdoen. Zo wordt van bijstandsgerechtigden verwacht dat zij als tegenprestatie (vrijwilligers) werk verrichten.
  • Generalistisch integraal werken: hét alternatief voor versnippering en ‘schotten’. Breed opgeleide en inzetbare professionals in ‘sociale wijkteams’ moeten door hun integrale aanpak dwarsverbanden leggen tussen beleidsterreinen.

In een vierjarig onderzoek in drie (kleine, middelgrote en grote) gemeenten worden twee nieuwe benaderingen bestudeerd waarin bovenstaande vier principes duidelijk terug te zien zijn: sociale wijkteams en sociale netwerken. Sociale wijkteams geven vorm aan nabijheid van professionals, terwijl sociale netwerken vormgeven aan nabijheid van burgers onderling.

Sociale wijkteams zijn de belangrijkste concretisering van de hoop op professionele nabijheid (en de daarmee verbonden wederkerigheid en zelfredzaamheid van burgers) via een nieuwe, generalistische werkwijze van professionals. De volgende vragen staan daarbij centraal:

  • In hoeverre staan deze generalisten inderdaad dichter bij de burger/cliënt?
  • Smeden zij met hun wijkteams werkelijk ‘dwarsverbanden’ tussen de drie bij de decentralisaties betrokken beleidsterreinen en wat betekent dat voor de kwaliteit van de dienstverlening?
  • In hoeverre worden problemen dankzij de generalistische werkwijze in een eerder stadium opgelost (of zelfs voorkomen)?
  • In hoeverre zijn sociale wijkteams in staat om zelfredzaamheid en wederkerigheid in sociale netwerken te stimuleren?

Sociale netwerken rond (kwetsbare) burgers gelden als de belangrijkste beloften van nabijheid van burgers onderling; ze moeten functioneren als belangrijkste bronnen van wederkerigheid en zelfredzaamheid. Het onderzoek moet antwoord geven op de volgende vragen:

  • Op welke manieren wordt het sociale netwerk rond kwetsbare burgers aangeboord (bijvoorbeeld via ‘eigen kracht’-conferenties of netwerkbijeenkomsten)?
  • In hoeverre en onder welke voorwaarden kunnen deze netwerken voor kwetsbare burgers van duurzame betekenis zijn voor de kwaliteit van hun dagelijks leven?
  • Welke rol spelen sociale wijkteams en andere professionals daarbij?
  • In hoeverre zijn opleidingsniveau, sekse, etniciteit en buurtkenmerken van invloed op de duurzaamheid van sociale netwerken?