terug

Status:
Afgerond

Projectleider:
Prof. dr. G.J. Vonk
Rijksuniversiteit Groningen


Rechtsstatelijke gevolgen van decentralisaties in het sociale domein

Deze studie behandelt de rechtsstatelijke gevolgen van de decentralisaties in het sociale domein. De verschuiving van een drietal sociale taken (jeugd, zorg en participatie) van de rijksoverheid (en de provinciebesturen) naar het gemeentelijk niveau leidt tot een veelheid van juridische vragen. Een deel van die vragen is organisatorische aard. Bijvoorbeeld, wie is er bij verschil van mening over het beleid de baas, de minister of de gemeenteraad? In hoeverre mag het lokale beleid van gemeente tot gemeente anders worden ingevuld? Hoe moet worden omgegaan met vraagstukken van in- en uitsluiting op gemeentelijk niveau? Hoe kan de gemeenteraad zijn controlerende en beleidsbepalende rol verwezenlijken, rekening houdend met nieuwe gemeentelijke samenwerkingsvormen? Andere vragen hebben betrekking op de relatie tussen overheid en burger.

De roep om maatwerk en ‘vermenselijking’ van de gevalsbehandeling leidt tot de afschaffing van centrale regels en de verruiming van lokale bevoegdheden. Maar hoe kan worden bewaakt dat het bestuur stelselmatig blijft handelen en hoe zal de rechter dit beoordelen? Ten slotte rijzen er vragen over de minimale kwaliteit van de aanspraken. Leiden de decentralisaties tot een proces van ‘local dumping’ waarbij de slechtste risico’s (verslaafden, zwervers, probleemjongeren, illegalen) bij het laagste organisatorisch niveau terecht komen? Hoe kan worden vermeden dat het stelsel hierdoor niet langer in overeenstemming is met internationale afspraken? Het onderzoek gaat op deze onderwerpen in vanuit een dubbele vraagstelling: enerzijds op de vraag welke randvoorwaarden de jurisdictie stelt aan de realisering van de decentralisaties en anderzijds op welke wijze de juridische ordening aan de ambities van de decentralisaties tegemoet kan komen.