8 juli 2016

Samenwerken

Samenwerken in plaats van werklozen exporteren
Hoop op werk drijft veel Nederlandse initiatieven om tot betere samenwerking te komen in de grensregio. Duitsland en België hebben moeilijk vervulbare vacatures en wij hebben werklozen. Succes zal volgens arbeidsmarktdeskundige Arjen Edzes alleen geboekt worden indien het beleid zich meer laat inspireren door feiten en minder door romantische beelden.

Wat heeft u tijdens uw onderzoek het meest verbaasd?
“In de wereld van beleid en bestuur is grensoverschrijdende arbeid een erg actueel thema, maar opvallend genoeg bleken we weinig te weten over de meest elementaire feiten. Zijn er bijvoorbeeld wel Nederlandse werklozen die vaardigheden bezitten die gevraagd worden voor de moeilijk vervulbare vacatures over de grens? In Nederland is het vaak moeilijk om vakmensen te vinden en dat zie je over de grens ook. Met zulke vacatures schiet Nederland dus weinig op.”

U schrijft dat de liefde van twee kanten moet komen in de samenwerking.
“Nederland is druk met het ‘exporteren’ van werklozen, maar de urgentie van het probleem lijkt aan de andere kant van de grens minder gevoeld te worden. Het werkt misschien beter als we inzetten op het gemeenschappelijk belang. Zo blijken er ruim vier keer zoveel mensen-van-over-de-grens in Nederland te werken, dan andersom. Ongeveer de helft van deze groep heeft een Nederlands paspoort. Het is dus niet zo dat wij alleen ons eigen probleem willen oplossen en daarvoor medewerking nodig hebben van onze buurlanden. Samenwerking is voor iedereen aantrekkelijk. In totaal werken op dit moment een kleine tienduizend in ons land woonachtige Nederlanders over de grens in België of Duitsland.”

Wat zijn de belangrijkste aanbevelingen uit uw onderzoek?
“We zouden in ieder geval meer werk moeten maken om te achterhalen wat er precies speelt in het grensoverschrijdend werkverkeer. Het beleid van nu is geïnspireerd door een romantisch beeld over de waarde van samenwerking, maar het zou waarschijnlijk aan kracht winnen als het zich meer laat inspireren door een precies inzicht in de arbeidsvraag aan de andere kant van de grens en ons aanbod aan arbeidskrachten aan deze kant van de grens.”

Waarom komt regionale samenwerking zou moeilijk tot stand?
“Een groot probleem is dat er veel spelers zijn. Een gemeente als Coevorden werkt over de grens samen met een Duitse gemeente (gemeinde), maar daarnaast is ook de provincie Drenthe actief evenals de Arbeidsmarktregio en Euregio. Het is moeilijk uit te maken wie wat moet doen. Er zou een niveau van samenwerking gekozen moeten worden, dat er bijvoorbeeld aan kan bijdragen dat het scholingsaanbod aan de ene kant van de grens ook is afgestemd op de vraag aan de andere kant.”

Zou u concluderen dat we net zo goed kunnen stoppen met de regionale samenwerking in de grenssteek?
“Het zou om twee redenen erg onverstandig zijn ons binnen onze eigen grenzen terug te trekken. In de eerste plaats is het boven alle twijfel verheven dat de hele grensregio profiteert van goede samenwerking over de grens heen. In de tweede plaats verwacht ik dat de arbeidsmarkt van de toekomst zich steeds minder van grenzen zal aantrekken. Hier kunnen we ons maar beter op voorbereiden door ervaring op te doen met wat wel en niet werkt in het beleid. Bovendien vind ik niet dat je iets zou moeten nalaten als het moeilijk blijkt te realiseren. Uiteindelijk hebben zowel wij als onze buurlanden veel te winnen.”

Arjen Edzes is als arbeidsmarktdeskundige verbonden aan de basiseenheid Economische Geografie van de Rijksuniversiteit Groningen.

Bekijk uitgelicht »