Bijeenkomst Instituut Gak over 125 jaar sociale zekerheid in Nederland “Wat vieren we eigenlijk?”

Zo’n 180 onderzoekers en beleidsmakers stonden op 1 juni stil bij de mijlpaal van een socialezekerheidsstelsel dat sinds 1901 bestaat. Robert Vonk, bijzonder hoogleraar Geschiedenis van de sociale zekerheid aan de Universiteit Utrecht, nam de aanwezigen mee terug in de tijd op een toepasselijk locatie: Het Trippenhuis, de 17e-eeuwse thuisbasis van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Tijdens deze jaarlijkse bijeenkomst onderzoek en beleid wierp Vonk, die sinds 2023 de door het Instituut Gak mogelijke gemaakte bijzondere leerstoel bekleedt, de vraag op of 125 jaar sociale zekerheid een feestje waard is. “Een universeel toegankelijk systeem was en blijft een ingewikkelde opgave.”
“Sociale zekerheid is nooit klaar en zal altijd in beweging blijven”, opent Barbara Kloppert, voorzitter van het bestuur van Instituut Gak de bijeenkomst. Ze refereert aan de onrust in de polder sinds bezuinigingen op werknemersverzekeringen WIA en WW zijn aangekondigd. “We moeten zorgen dat het fundament niet in gevaar komt en burgers aangehaakt blijven. Vereenvoudiging van regelgeving en zorgen dat mensen kunnen participeren, zijn de grote thema’s,” zegt ze voordat ze het woord aan keynote spreker Robert Vonk geeft.
“Wat vieren we eigenlijk”, vraagt Vonk zich hardop af. Dat er 125 jaar geleden een private aansprakelijkheidsverzekering voor werknemers werd ingevoerd vindt hij “niet groots en meeslepend”. Hij doelt op de Ongevallenwet die vanaf 1901 werknemers in loondienst in gevaarlijke industrieën compenseerde na een bedrijfsongeval. “Eigenlijk was dat een valse start, omdat een arbeidersverzekering iets anders is dan sociale zekerheid. Bovendien was er geen groter plan om tot een ‘verzekering van alles voor iedereen en voor iedereen hetzelfde te komen’.”
Moeizame geschiedenis
De verzekering voor loonarbeiders is volgens Vonk wél de start van een “moeizame geschiedenis” van de sociale zekerheid. “Een geschiedenis van wie wel, en vooral wie niet. Wie kreeg er toegang tot hulp? Wie voerde het uit? Wie betaalde, wie bepaalde? En de belangrijkste vraag: wat werd er eigenlijk gegarandeerd?
In vogelvlucht laat Vonk zien hoe het stelsel langzaam groeide en lange tijd gericht was op werknemers in loondienst. Zelfstandigen en werkende vrouwen waren uitgesloten. Na de Tweede Wereldoorlog won de belofte van zekerheid van een redelijk bestaan van wieg tot graf voor iedereen, aan populariteit. Uitkeringen dienden als vangnet via volksverzekeringen zoals de AOW (1957, ouderen), AWW (weduwen, 1959), AKW (1963, ouderschap) ABW (1965, armoede), AWW (1967, arbeidsongeschiktheid) en AWBZ (1968 medische zorg). Voor werknemers werd nog steeds extra gezorgd met een eigen Ziektewet, werkloosheidswet (WW, 1952) en arbeidsongeschiktheidswet (WAO, 1967). Vonk: “Van het idee van sociale zekerheid – een verzekering van alles voor iedereen, en voor iedereen hetzelfde – is nooit gelukt. Door de tijd heen zijn altijd groepen binnen of buiten sociale verzekeringen gevallen.”
Maatschappelijke prestatie
Terugkomend op zijn vraag of 125 jaar sociale zekerheid het vieren waard is, benadrukt Vonk dat wat de afgelopen 125 jaar is opgebouwd indrukwekkend is. “Een systeem dat redelijke dekking biedt tegen risico’s die ons allemaal kunnen overkomen, maar die we als individu bijna nooit kunnen dragen. Zoals ouderdom, ziekte, handicap of werkloosheid. Ik vind het best raar dat we in het algemeen niet trots zijn op deze maatschappelijke prestatie. We hebben het er alleen over als er problemen zijn – zoals nu met voorgenomen bezuinigingen in het coalitieakkoord. Het gaat er altijd over dat ons stelsel te veel geld kost.” Ten slotte legt de bijzonder hoogleraar geschiedenis van de sociale zekerheid nog een link met het verleden. “Ook in het huidige stelsel zien we dat we bepaalde groepen over het hoofd zien, zoals mensen met een beperking, deeltijdwerkers, migranten, vluchtelingen of dak- en thuislozen. Een universeel toegankelijk systeem was en blijft een ingewikkelde opgave”, besluit Vonk zijn presentatie.
Arbeidsongeschiktheid hoofdpijndossier
Intussen hebben beleidsmakers en onderzoekers in de zaal hun mening over de geponeerde stelling dat de sociale zekerheid er nog nooit zo goed heeft voorgestaan als nu. De meerderheid is het ermee eens dat dat in sommige opzichten het geval is. Dat we worstelen met de arbeidsongeschiktheidsverzekering is voor velen evident. “Altijd al een hoofdpijndossier geweest”, zegt Vonk. “Op de vragen wat arbeidsongeschiktheid is en hoe je dat vaststelt, hebben we nooit een goed antwoord kunnen vinden.” Arjan Heyma, onderzoeker SEO Economisch Onderzoek, geeft aan dat het stelsel heel uitgebreid is en er in de loop der tijd veel verbeteringen zijn doorgevoerd, maar dat het nooit af is. “Het hangt er maar vanaf aan wie je deze stelling voorlegt”, reageert een beleidsmaker. “Als je het aan de gemiddelde burger vraagt, zal die aangeven dat de sociale zekerheid dertig jaar geleden veel beter en ruimer was geregeld.” “Tussen 1948 en 1980 was er in de publieke opinie inderdaad veel meer steun voor het stelsel”, bevestigt Lex Heerma van Voss, onderzoeker bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG). “Mensen zien nu vooral verslechteringen. Het stelsel is vanzelfsprekend geworden, wat maakt dat sommigen denken dat het achteruit holt.”
Rol werkgevers
Over de stelling dat de sociale zekerheid zichzelf de komende 125 jaar opnieuw moet uitvinden, zijn de deelnemers verdeeld. Overeenstemming is er wel dat het verleden de basis is en je nooit alles moet weggooien om opnieuw te beginnen. Een frisse focus op arbeidsongeschiktheid en vooral de uitvoerbaarheid daarvan is volgens een beleidsmedeweker van het UWV echt noodzakelijk. “Hoe het anders moet, weet ik niet. Het is een systeemkwestie. Maar waarom laten we bijvoorbeeld, ook vanwege het tekort aan verzekeringsartsen, niet het oordeel van Arboartsen en medisch specialisten meewegen bij beoordelingen?” Er zou ook meer aandacht moeten komen voor de rol van werkgevers, vindt ze. “Nu ligt de nadruk op de aanvrager van een uitkering, terwijl de werkgever meer zou kunnen doen om arbeidsparticipatie te bevorderen.” Vonk: “Binnen het arbeidsmarktbeleid moeten we veel meer kijken hoe we werk aan mensen kunnen aanpassen in plaats van omgekeerd. Daar ligt een grote rol voor werkgevers. De hamvraag is: wat is goed werk en wat betekent dat? Als je dat kunt definiëren, kun je pas bepalen wat arbeidsgeschiktheid en arbeidsongeschiktheid is.”
Complex en eerlijk stelsel
Een begrijpelijk, eenvoudig en eerlijk, activerend socialezekerheidsstelsel is mogelijk, luidt een van de volgende stellingen. Twee derde van de aanwezigen is het ermee eens. “Ik heb er een hard hoofd in”, reageert Vonk desgevraagd. “De afgelopen dertig jaar hebben we ons best gedaan uitkeringen te brengen bij specifieke mensen die het écht nodig hebben. Daardoor is het stelsel heel complex geworden, maar wel eerlijker. En eerlijk? Voor bepaalde groepen doe je iets extra’s; dat betekent dat anderen een offer moeten brengen. Dat is een van de kernen van ons socialezekerheidsstelsel.” Een beleidsmedewerker van het UWV zegt volmondig ja, op de vraag of het stelsel begrijpelijker en eenvoudiger kan. “Maar dat gaat niet gebeuren”, voegt hij er meteen aan toe. “Mensen zullen er op achteruit gaan en accepteren dat niet. Iedereen tevreden houden met zo’n stelsel lukt niet.” Daar is iedereen het over eens deze ochtend in Het Trippenhuis.
Halverwege de ochtend heeft de jury de jaarlijkse Instituut Gak-KNAW Award 2026 bekend gemaakt. Historicus Rosa Kösters, onderzoeker bij het IISG mag de komende drie jaar aan de slag met haar onderzoeksvoorstel ‘Van onderen! Sociale zekerheid tussen burgerinitiatief en innovatie, 1960-2025.’ “Ik wil graag onderzoeken hoe burgerparticipatie kan bijdragen aan de toekomstbestendigheid van de sociale zekerheid”, licht ze haar onderzoek toe. “Ik kijk naar burgerinitiatieven zoals broodfondsen, moeders die in de jaren 80 zelf passende beroepsopleidingen ontwikkelden of Marokkaanse vrouwen die in de jaren 70 en 80 tegen uitvoeringsproblemen in de WAO aanliepen en zich succesvol verenigden in een comité. Al die initiatieven zitten niet echt in ons geheugen, terwijl we volgens mij veel kunnen leren van hoe burgers zich organiseren als het om sociale zekerheid gaat.”
Meer informatie:
Lopend onderzoek Robert Vonk: Onbegrensd! Transnationale circulatie van kennis en praktijken in sociale zekerheid en de betekenis voor socialezekerheidsbeleid in Nederland, 1945-2017.
Podcast Robert Vonk over hoe de geschiedenis van de sociale zekerheid ons een spiegel voorhoudt.
Instituut Gak-KNAW Award 2026 Rosa Kösters ‘Van onderen! Sociale zekerheid tussen burgerinitiatief en innovatie, 1960-2025.’
