“Nederland mag wel wat trotser zijn op de sociale zekerheid”

Boekpresentatie ‘De staat van de sociale zekerheid in Nederland. Nieuwe beleidsuitgangspunten met reflecties door experts uit België’
De Nederlandse sociale zekerheid staat onder druk. Een veranderende arbeidsmarkt, vergrijzing, migratie en toenemende sociale stratificatie maken dat het 125 jaar oude stelsel zijn beschermende functie dreigt te verliezen. In het boek ‘De staat van de sociale zekerheid in Nederland. Nieuwe beleidsuitgangspunten met reflecties door experts uit België’ licht de Belgische socioloog Bea Cantillon, op uitnodiging van Instituut Gak, met een eminente groep onderzoekers het functioneren van de Nederlandse sociale zekerheid grondig door. De Nederlandse situatie wordt telkens gespiegeld aan de Belgische. Tijdens de op 8 oktober door Instituut Gak georganiseerde presentatie lichtten Belgische en Nederlandse auteurs van het boek hun analyses en bevindingen toe.
“We duiken vanmiddag de diepte in”, kondigt Barbara Kloppert, bestuursvoorzitter van Instituut Gak, aan het begin van de bijeenkomst aan. Ze refereert in haar openingswoord aan de bezuinigingen in de sociale zekerheid die het minderheidskabinet Jetten eind september onder druk van de vakbonden van tafel haalde. “Sociale partners gaan komend half jaar onderhandelen over hervormingen. Ik raad ze dit prachtige boek aan dat vele slagen dieper gaat”, zegt Kloppert.
Bea Cantillon, motor achter het boek, zegt tegen het einde van de bijeenkomst trots te zijn op het project. “Het Nederlandse socialezekerheidsstelsel is van een uitzonderlijke prestatie; het heeft de arbeider gedeproletariseerd en de emancipatie bevorderd. Ook zijn de armoedecijfers minder hoog door het stelsel. Tegelijkertijd zie je dat de kracht van het stelsel, herverdeling, afneemt. De zwakste gezinnen worden niet voldoende beschermd. Sociale risico’s zijn te veel geconcentreerd bij bepaalde bevolkingsgroepen. Sociale minima blijven achter. Dat is een katalysator van spanningen.” En als haar naar aanbevelingen wordt gevraagd zegt ze: “Het zal altijd ploeteren blijven, omdat de samenleving complex is en de sociale zekerheid vele doelen dient. Maar het is nodig om te blijven streven naar de naleving van sociale grondrechten en sociale vooruitgang.”
Prestaties en grenzen van het stelsel
Net als in het boek staan deze middag drie thema’s centraal: ‘Prestaties en grenzen van het stelsel’, ‘Draagvlak, legitimiteit een solidariteit’ en ‘Nieuwe risico’s, nieuwe uitdagingen’. Paul de Beer, emeritus hoogleraar arbeidsverhoudingen en onderzoeker bij AIAS-HSI, het onderzoeksinstituut van de Universiteit Amsterdam, gooit de knuppel in het hoenderhok als hij aan de hand van grafieken de halvering van uitgaven aan de sociale zekerheid sinds de jaren 80 laat zien. “Het is onzin dat de kosten, die nu rond de 90 miljard liggen, nauwelijks te beheersen zijn. Zorgen over de houdbaarheid zijn overdreven. Afgelopen veertig jaar is bezuinigd op zowel duur als hoogte van uitkeringen én zijn meer mensen gaan werken. Niet door het dure activeringsbeleid met prikkels en sancties, maar omdat meer vrouwen, jongeren en AOW-gerechtigden aan de slag zijn gegaan. Kortom: de betaalbaarheid is goed geslaagd; vooral de uitvoerbaarheid van het stelsel is sinds de jaren 80 verslechterd.”
Hoogleraar sociaal-economisch beleid aan de Universiteit Antwerpen, Ive Marx, reflecteert op De Beer: “Het Nederlandse socialezekerheidsstelsel is top off the bill, voor weinig geld. Er wordt veel te negatief naar gekeken. Nederland is niet langer ziek zoals oud-premier Lubbers stelde, maar een beetje gek geworden.”
Het verbaast André Knottnerus, emeritus hoogleraar huisartsgeneeskunde aan de Universiteit Maastricht, dat preventie, toegankelijke en goede gezondheidszorg in de discussie over de sociale zekerheid nauwelijks een rol spelen. Maatschappelijk welzijn en bestaanszekerheid zijn volgens hem niet van elkaar los te koppelen. “Gezondheidszorg moet onderdeel zijn van sociale zekerheid. Praktisch opgeleiden leven gemiddeld zes jaar korter – en in slechtere gezondheid – dan hoger opgeleiden. De houdbaarheid van het stelsel moeten we ook in dit licht bezien. De gezondheidskloof moet worden aangepakt.”
Draagvlak, legitimiteit en solidariteit
Rondom het tweede thema ‘Draagvlak, legitimiteit en solidariteit’ laat Femke Roosma, socioloog en universitair hoofddocent aan Tilburg University, aan de hand van cijfers zien dat het draagvlak en de steun voor sociale zekerheid nog altijd hoog zijn. “Maar als het om solidariteit gaat zien we erosie. Mensen met een lagere sociaaleconomische status hebben het gevoel dat de verzorgingsstaat te weinig voor hen doet. Terwijl bij hogere inkomens het idee leeft dat de verzorgingsstaat er vooral voor mensen met een laag inkomen is. Juist mensen die het goed hebben onthouden hun steun aan het stelsel.” Zorg dat mensen zich meer onderdeel voelen van de verzorgingsstaat en dat lagere inkomens en uitkeringsgerechtigden zich meer geholpen voelen, adviseert Roosma. Het gaat volgens haar in het beleid en de samenleving nu te veel over de vraag wie waarop recht heeft waarom. “In plaats van: waarom hebben we een verzorgingsstaat?”
Met een groot hart illustreert Tijs Laenen, assistent professor aan de Universiteit Antwerpen, dat de liefde voor de sociale zekerheid volgens hem nog steeds groot is – in heel Europa. Vaak ook uit eigenbelang, concludeert hij. “Solidariteit is de drijfveer om de sociale zekerheid te behouden.” In Nederland ziet hij kleine barstjes in het hart, vanwege de kritiek op de complexiteit van de uitvoering. “Het is bij beleidsmakers en sociale partners vaak een onderbuikgevoel dat de liefde minder is. Terwijl data dat niet laten zien. Nederland mag wel wat trotser zijn op de sociale zekerheid.”
In een reis door de tijd van de verzuiling tot de huidige identitaire netwerksamenleving neemt Hans Boutellier, bijzonder hoogleraar polarisatie en veerkracht aan de Vrije Universiteit Amsterdam, de zaal met zo’n zestig aanwezigen mee in de vraag: “Zijn we bereid om samen te leven met verschillen? In vijandschap of in solidariteit?” Hij wijst op het belang van wederkerigheid als moreel principe, juist in een tijd van “verbubbeling”. “Nu we volgens mij het neoliberalisme voorbij zijn, is er ruimte voor een neosociaal perspectief, waarin wederkerigheid een plek heeft. De toon in het sociale zekerheidsdebat is te technisch en juridisch geworden. Het zou om bezielde wederkerigheid moeten gaan in plaats van afgedwongen wederkerigheid, zoals de tegenprestatie in de Participatiewet.”
Nieuwe risico’s, nieuwe uitdagingen
In het derde deel van de bijeenkomst staat het thema ‘Nieuwe risico’s, nieuwe uitdagingen centraal. Daarin illustreert Romke van der Veen, emeritus hoogleraar sociologie van arbeid en organisatie aan de Erasmus Universiteit, 35 jaar van herziening van het sociale stelsel en 35 jaar geregisseerde liberalisering. “De beheersbaarheid is gegroeid terwijl de sociale bescherming is gedaald en de toegankelijkheid is afgenomen”, concludeert hij. “De tweedeling op de arbeidsmarkt, waardoor een groot deel van de werkenden onvoldoende verzekerd is, heeft grote gevolgen voor de bestaanszekerheid.” Deels onvoorspelbare risico’s zoals klimaatverandering, energietransitie en energiearmoede zullen volgens hem grote sociale gevolgen hebben. Of het stelsel toekomstbestendig is? Van der Veen: “Ja, omdat Nederland heeft laten zien dat het hervormingsbekwaam is. Nee, omdat veel mensen op de arbeidsmarkt onvoldoende verzekerd zijn. Toenemende kosten en risico’s voor het draagvlak maken de toekomstbestendigheid tot een complexe opgave.”
Zijn evenknie aan de Katholieke Universiteit Leuven, Paul Schoukens, beaamt dat in het sociale stelsel niet voorzien is in het groeiend aantal “atypische” werkvormen, zoals zzp, arbeidsmigratie of platformwerk. “Zo’n 40 procent van de werkenden is geen standaard-werknemer en heeft geen werknemersverzekeringen. Er zou gelijkwaardige bescherming moeten zijn voor álle werkenden. En in Europa zouden we minimumstandaarden moeten hebben, zodat werkenden minimaal sociaal verzekerd zijn.”
De polder aan zet
Anneloes Goossens, beleidssecretaris sociale zaken VNO-NCW, en Paul van den Boom, adviseur arbeidsmarkt en sociale zekerheid FNV, mogen de bijeenkomst afsluiten. Goossens vindt, net als André Knottnerus, dat gezondheid moet worden meegenomen in het overleg over hervormingen van het socialezekerheidsstelsel. “Mensen die ziek of werkloos zijn hebben al snel een afstand tot de arbeidsmarkt. Is ziekte het probleem of het verzuim? Wat wil je voorkomen: het gebruik van regelingen of het risico op verzuim? Preventie is essentieel.”
Dat deze middag het Nederlandse socialezekerheidsstelsel zó op het schild wordt gehesen verbaast FNV’er Paul van den Boom. “Werken is goed en mensen met een uitkering zijn slecht”, zo vat hij zijn observatie samen. “We hebben veel problemen op de arbeidsmarkt afgewenteld. Natuurlijk moet werken lonen en een hoger inkomen genereren dan een uitkering. Maar de prijs is heel hoog: onzekere contracten en een karig loon. In België is de kwaliteit van werk veel beter, ontbreekt het aan flexverslaving en is er een fatsoenlijke WW. Daar kunnen we van leren.”
Meer informatie en aandacht voor vijf richtinggevende principes, zie onze Kennisbank.
Tekst: Pien Heuts
